‘Gastvrijheid is in de horeca belangrijker dan welke taal je spreekt’

Als je een kop koffie in een restaurant bestelt, is er een grote kans dat je in het Engels wordt bediend. Ook de barman en het kamermeisje spreken steeds vaker een andere taal. Marijke Vuik is voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland: ‘We schatten dat er zo’n 100.000 mensen in de horeca werken met een niet-Nederlandse nationaliteit, waarmee de personeelstekorten in de horeca worden verminderd.’
Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is de grootste branchevereniging van Nederland. Voorzitter Marijke Vuik: ‘Wij vertegenwoordigen ruim 17.000 horecabedrijven. In onze sector werken ongeveer 520.000 mensen en er is veel verloop. Elk jaar gaan er zo’n 150.000 nieuwe mensen aan de slag, dus je kunt je wel voorstellen wat een uitdaging het is om die te vinden. Daar komt bij dat de helft van de mensen in de horeca tussen de 15 en 25 jaar is en door de ontgroening, het aandeel jongeren dat afneemt in de bevolking, zijn er simpelweg steeds minder jongeren.‘
Gewend geraakt
‘Gelukkig zijn er in de horeca op alle niveaus veel banen waarvoor het spreken van de Nederlandse taal niet per se nodig is. De bezoekers van horecagelegenheden zijn daar de laatste jaren wel aan gewend geraakt en het levert ook vrijwel geen problemen op. Veel belangrijker is hoe iemand zijn werkt doet, gastvrij is en de gasten zich op hun gemak laat voelen.’
We zien nu dat er overal een groot personeelstekort is. Naast Nederlandse jongeren zijn studiemigranten voor ons een belangrijke doelgroep. Dat zijn studenten van elders die hier al wonen en een baan naast hun studie zoeken. Een baan in de horeca past daar vaak goed bij.
Gelijkheid randvoorwaardelijk
‘Wij hebben als horecasector vooral mensen in dienst die in Nederland wonen. Uitzonderingen daar gelaten -zoals een Spaans restaurant dat in het thuisland een Spaanse kok werft- speelt actieve werving van personeel over de grenzen nagenoeg geen rol. Voor ons is het belangrijk dat er in Nederland voldoende mensen beschikbaar zijn, die in de horeca willen werken. Het personeelstekort zal dus zeker oplopen als bijvoorbeeld de studiemigratie wordt beperkt. Dat zullen we als sector zeker merken.’
Vuik wijst erop dat er in de horeca veel diversiteit is onder medewerkers. ‘We zijn er best trots op dat de man/vrouw verhouding 50/50 is en dat er mensen uit alle mogelijke culturen werken. Onze leden vinden gelijke behandeling van medewerkers heel belangrijk. Of je wieg nu wel of niet in Nederland heeft gestaan, of je nu full- of parttime werkt: de arbeidsvoorwaarden voor medewerkers in dezelfde functies zijn voor iedereen gelijk. Op de werkvloer wordt dan ook geen onderscheid gemaakt. Iedereen in onze sector is het er ook over eens dat gelijkheid randvoorwaardelijk is.’