‘Van goede huisvesting wordt het niet goedkoper. Maar wel beter!’

De komkommer of het tomaatje op uw bord. Grote kans dat ze geteeld zijn door het bedrijf Royal Pride uit het Noord-Hollandse Middenmeer. Zonder de inzet van 400 arbeidsmigranten zouden de prijzen in de winkel verdubbelen. En zonder hun bijdrage had het bedrijf niet kunnen uitgroeien tot een omvang van 70 hectare. Algemeen directeur Frank van Kleef kan zich storen aan het ongenuanceerde beeld dat bestaat over arbeidsmigranten. ‘Ze zijn niet alleen onmisbaar voor onze bedrijfsvoering maar voor de hele Nederlandse economie. Het is een illusie te denken dat we zonder hen zouden kunnen.’

Zuid-Hollandse pionier in Noord-Holland

De tongval van Van Kleef verraadt een Zuid-Hollandse achtergrond. Zijn bedrijf wilde begin deze eeuw verder groeien maar de mogelijkheden in de gemeente Westland waren beperkt. Toen hij in 2003 hoorde dat er plannen waren om in de kop van Noord-Holland extra werkgelegenheid te creëren, besloten hij en zijn compagnons deze kans met beide handen aan te pakken. In hun kielzog volgde nog een groot aantal andere Westlandse bedrijven, die eveneens verder wilden groeien. Deze en andere bedrijven vormen inmiddels de zogeheten Agriport A7, een bedrijventerrein dat goed zichtbaar is langs de gelijknamige snelweg.

Tomaat en komkommer als exportproduct

Van Kleef vertelt met trots over zijn product. ‘Wij kweken van huis uit tomaten en sinds een paar jaar ook komkommers. Deze worden via een telersvereniging aan de detailhandel verkocht. Van deze productie blijft ongeveer 5% in Nederland, 55% gaat naar Duitsland, 15% naar het Verenigd Koninkrijk en Scandinavië en de rest gaat overal en nergens naar toe. Daarom is de tuinbouw ook zo belangrijk voor de Nederlandse economie. Om die bijdrage te kunnen leveren is het van levensbelang om over voldoende handjes te kunnen beschikken. Hoe wij dat doen? We hebben nu zo’n 500 mensen bij ons aan het werk. Daarvan staan ongeveer 90 mensen op onze eigen loonlijst. Een deel hiervan komt van oorsprong uit de omgeving maar een groot deel is ook begonnen als uitzendkracht. En de andere medewerkers zijn arbeidsmigranten. Zij zijn werkzaam via een uitzendbureau.’

Jobcoaches

‘Wij voelen een grote maatschappelijk verantwoordelijkheid. Daarom hebben we -toen we van start gingen- 300 mensen binnengehaald waarvan een deel op dat moment zonder werk zat. Een jaar later waren veel van die mensen al weer weg. Een deel kon het niet en een deel van de mensen wilde het niet. Vervolgens hebben we diverse projecten opgestart om mensen naar het werk toe te leiden o.a. met jobcoaches. De resultaten waren teleurstellend. In de agrarische sector zijn de marges laag dus moet de efficiëntie hoog zijn. Je kunt er dus niet zomaar een clubje mensen op de werkvloer zetten zonder goede begeleiding : die verzuipen dan gewoon. Wij wilden niet opgeven. We dachten daarom: als het niet lukt bij de groep die langer werkloos is, dan moeten we misschien kijken bij de groep die of net werkloos is of werkloos dreigt te raken. Die trajecten waren wel succesvol. Deze mensen kunnen in hun ritme blijven zitten en kunnen dan ook weer makkelijker doorstomen naar een andere baan. Maar al met al kunnen we volstrekt onvoldoende mensen vinden in onze omgeving. En als de mensen er niet zijn, lossen we dat op met uitzendkrachten.’

Boeregoed

‘Ook voor mensen die wel willen, maar om wat voor reden dan ook niet kunnen werken, wilden we niet weglopen en onze verantwoordelijkheid nemen. Samen met een osteopaat, die in zijn praktijk veel mensen had waarvan de dokter zei ‘je mankeert niks’ maar die toch niet goed in hun vel zaten, zijn we in 2012 een moestuin begonnen in een oude kas. Eerst hebben we deze kas opgeknapt. Toen zijn we vrijwilligers aan gaan trekken. Daarnaast zijn we mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt gaan helpen met het terugkeren naar een echte baan. Dat is een daverend succes geworden. Het initiatief heet Boeregoed. De groente die we daar telen verkopen we in farmshops bij enkele tuincentra. We hebben de afgelopen 9 jaar zo’n 30-40 mensen vanuit een moeilijke situatie weer aan werk geholpen.’

Positieve impact op regionale economie

‘De gevolgen van de vestiging van ons bedrijf en anderen op de Agriport zijn nauwelijks te beschrijven. Dat gaat van de bakker in Medemblik die nu met een aanhanger in plaats van een klein autootje komt om de appelflappen te brengen, tot de fietsenmaker die inmiddels zo’n 300 fietsen aan ons geleverd heeft en het grondverzetbedrijf van even hier verderop die 20 jaar geleden 5 mensen in dienst had en nu 40. En al die mensen die hier werken, doen hier ook hun boodschappen. Dus ook de vele arbeidsmigranten die hier werken.’

Goede huisvesting voor arbeidsmigranten

‘Wij doen er alles aan om de mensen hier zo lang mogelijk te behouden. Daarom vinden we het vanzelfsprekend dat onze arbeidsmigranten ook goed kunnen wonen. Natuurlijk! Wij bieden ze op eigen terrein een goede huisvesting, arbeidsmigranten vinden het er zelf ook fijn. Bijkomend voordeel is dat zij dan ook geen bussen nodig hebben. Wij hebben hier op het terrein een mooi complex gerealiseerd en zouden er meer willen. Maar dat lukt niet zomaar. Iedereen wil er iets van vinden, terwijl wij de oplossing al hebben! Er wordt teveel gekeken naar wat er niet kan i.p.v. hoe zou het dan wel kunnen. Ik wil graag voor al mijn mensen goede huisvesting organiseren. Daar wordt het niet goedkoper van. Maar wel beter. Ik zie ook dat het verloop van onze mensen die hier gehuisvest zijn veel kleiner is dan de mensen die elders gehuisvest zijn.’

Waarom stuit de huisvesting van arbeidsmigranten zo vaak op weerstanden? ‘Mensen generaliseren te veel en zien arbeidsmigranten als tweederangsburgers. Wij zijn in Nederland zo verwend: ieder pakje wordt binnen no time bezorgd. Onze groenten liggen tegen betaalbare prijzen op ons bord. Wij willen wel allemaal snel en goedkoop geholpen worden. Maar we willen niet dat de mensen die dat mogelijk maken, bij ons in de buurt komen wonen.’ ‘Ik zeg altijd: stel je eens voor dat je zelf in het buitenland zou gaan werken. Hoe zou je dan willen dat je daar behandeld wordt?’