Het comfort dat wij verwachten is onmogelijk zonder arbeidsmigranten

Op een verjaardag of in de kroeg – je weet wel, toen dat nog kon – zijn zij de grootste voorvechters van arbeidsmigranten: Ingram Micro’s Algemeen Directeur Jaco Knetemann en Manager Workforce Dirkjan van Lienden dragen hun duizenden buitenlandse uitzendkrachten een warm hart toe. ‘Arbeidsmigranten zijn nog te vaak niet welkom door de vooroordelen die men over hen heeft. Kijk eens naar de naam. Bedrijven die IT’ers uit India halen noemen het “kennismigranten”, maar zodra mensen uit (Oost-)Europa komen, zijn het arbeidsmigranten. Een woord waar de nodige vooroordelen aan kleven, waar wij niets van snappen. Wij kunnen niet zonder, maar willen dat ook niet.’

Ingram Micro, gevestigd in Waalwijk, verzorgt de distributie van goederen voor grote namen als Bijenkorf, About You en Bol.com. Met name voor die laatste tak van sport, e-commerce, is de aanpakkersmentaliteit van arbeidsmigranten ontzettend belangrijk. ‘Stel je eens voor. Volgend weekend wordt het onverwacht mooi weer. Op vrijdagmiddag besluit iedereen tóch die barbecue te kopen. Setje kolen erbij, wat gereedschap. Consumenten zien zichzelf als individu maar hoe wij collectief handelen en de volgende-dag-in-huis-service die wij verwachten, is van enorme invloed op onze werkvloer. Het kan zomaar eens 400 man personeel extra betekenen. Dat halen we hier niet uit de omgeving.’

Hardnekkige vooroordelen over banen en loon

Want dat is misschien nog wel een van de meest hardnekkige vooroordelen die mensen hebben. “Ze pikken onze banen in.” Als er één ding is dat Dirkjan en Jaco zeker weten, is dat dat niet klopt. Jaco: ‘Mensen zeggen wel te willen werken, maar zodra wij aangeven dat er eens in de twee weken een weekenddienst gedraaid wordt, haken ze af. Onze buitenlandse krachten zijn hier omdat het fijn werken is, in een hecht team en tegen een goed loon.’ Want nog zo’n misvatting: “Ze zijn goedkoper”. Dirkjan: ‘We hebben wettelijke afspraken over loonbetaling (equal pay) dus wij betalen iedere uitzendkracht hetzelfde. Als er al verschil in kosten zit, dan zijn arbeidsmigranten duurder: het (lokale) recruitmenttraject is een kostbaar proces. Maar we doen het graag, het werkt.’

Werken om te leven in de lokale economie

Financieel gezien dragen de buitenlandse flexkrachten ook hun steentje bij aan de lokale economie. ‘De hoeveelheid mensen die bij ons werkt is zo’n 10% van de Waalwijkse bevolking, merendeel buitenlands. Ze willen niet leven om te werken, maar werken om te leven. Gaan hier sporten, uit eten, kopen hun kleding. We denken allemaal de shortstay-migranten te kennen, maar een veel grotere groep is wat wij noemen ‘nieuwe Nederlander’. Ze blijven hier soms jaren, leren de taal, bouwen een leven op. Ze maken deel uit van de maatschappij en doen dat door hard te werken, met een open houding.’ Dirkjan confronteert zijn omgeving indien nodig met het sprekende voorbeeld van Nederlanders die in Argentinië op een boerderij willen werken. De taal niet spreken, de cultuur niet kennen, de gebruiken niet eigen zijn. ‘Hoe zou jij je voelen, als je dan ook nog met de nek aangekeken wordt, terwijl je je best komt doen?’

De Pool op de snelweg

Het stukje ‘gebruiken’ is nog wel een heikel punt, dat voor grappige en minder grappige situaties kan zorgen. Jaco: ‘Waargebeurd; een Pool die door het uitzendbureau het adres kreeg van zijn werkplek waar-ie zich ‘s ochtends moest melden. Een fiets was voor ‘m geregeld, hij kon zo op pad. Die beste man zoekt de kortste route op in zijn routeplanner en vertrekt, niet wetende dat hij ergens op de rondweg belandt. En dan staat er de volgende dag weer in de krant: “dronken Pool van snelweg geplukt”. Dat stereotyperende zijn we zo zat, er ligt ook een grote verantwoordelijkheid voor plezierig samen leven en werken bij ons.’

Pleiten voor sociale begeleiding

Met “ons” bedoelen ze de coalitie van partijen die de EU-burgers naar Nederland halen. Want hoeveel kennis van de cultuur en gebruiken mag je van mensen verwachten? Dirkjan: ‘In Roemenië leert men niet op 4-jarige leeftijd fietsen, terwijl we er in Nederland ervan uitgaan dat iedereen het kan.’ Het zijn die kleine dingen die het verschil kunnen maken, dus pleit hij voor sociale begeleiding. ‘Niet alleen een BSN en huisvesting regelen, maar waar nodig een fietsles, of wat sociale handvatten. We doen het hier ook voor de werknemers. Voor hen handig, voor ons ontzettend leuk. We willen hen helpen met integreren, het komt de sfeer op de werkvloer – en daarmee de productiviteit – alleen maar ten goede.’

52 nationaliteiten en toch één hechte club

Jaco en Dirkjan zijn terecht trots op hun smeltkroes: ‘Hier werken mensen uit alle uithoeken van de wereld, we hebben 52 nationaliteiten op de werkvloer rondlopen. Van Ethiopië tot Cuba, van Nieuw-Zeeland tot Spanje. En ja, ook heel veel Oost-Europese mensen. Deze grote diversiteit zien we als een even groot voordeel; de voertaal is Engels dus iedereen kan hier met elkaar communiceren. Vroeger zag je nog wel eens de groepen Nederlanders, Polen en Bulgaren tegenover elkaar. Nu is het veel meer één. Daar zorgen we wel voor. We maken geen onderscheid in afkomst, maar ook niet contract. Alle uitzendkrachten krijgen dezelfde traktaties, extra’s in de kantines, enz., het is één club. Zo komt het ook voor dat flexkrachten doorstromen in vast dienstverband. Als ze willen.’

Hoe bureaucratie de kansen beperkt

Want – geloof het, of niet – niet iedere buitenlandse uitzendkracht wil dat. En dat is eigenlijk logisch te verklaren. Jaco legt uit hoe het systeem hen tegenwerkt: ‘Vaak wordt huisvesting geregeld door het uitzendbureau. Werk je niet via hen, dan moet je je woning uit. Maar wil je in dienst bij een opdrachtgever, dan heb je een huis nodig. Wil je een huis, dan heb je een baan nodig. Dat werkt natuurlijk voor geen meter. Wij geven onze uitzendkrachten daarom drie maanden de tijd een woning te vinden, terwijl ze al bij ons in dienst zijn. Al lukt het dan ook niet altijd. Mensen hebben toch dat vooroordeel. Terwijl het gewoon mensen zijn als jij en ik; die een fijn leven willen leiden, willen werken voor hun geld, sociaal contact zoeken en er iets moois van willen maken. Met én voor elkaar. Waarom zouden we ze die kans niet geven?’